ubbink transport

ubbink transport

14-01-2023

Verheugend was het feit dat Patrick weer van de partij was, want zie, dat maakte meteen het verschil: in plaats van, zoals de laatste wedstrijden gebruikelijk was, met 2½ - 3½ te verliezen, wonnen wij nu met deze cijfers. Dat ging zo.

Patrick (1751) trof aan bord 1, vanwege een tactische opstelling van de tegenpartij, (1552) en wist daar wel raad mee. Al in de opening won hij een paar tempo’s, wat later een stuk en daarna al snel de partij.

Chiel (1477) had aan bord 4 geen fijne avond. ‘Ik kwam nog wel redelijk uit de opening, maar daarna bleek mijn tegenstander (1609) tactisch te sterk en kwam ik er niet meert aan te pas. Hij kwam steeds beter te staan en haalde steeds meer materiaal op.

Ook Jaap (1707) aan bord 3 wist zich wel fijnere avonden te herinneren. Zijn 1.f4 werd  door (1689) beantwoord met e5, waarna Jaap meteen uit zijn repertoire was. Ook in het verdere verloop van de partij bleek (1689) van wanten te weten en liet hij zien wat het risico is van een aanval over beide flanken: dat je tegenstander door het centrum heen snijdt. Dat deed ie zeer gewiekst en zo stonden we halverwege met 2 – 1 achter. Dat was niet de bedoeling. Gelukkig bleken we aan bord 5 over een geheim wapen te beschikken, nl.:

Albert (1398): Ik opende met e4 en mijn tegenstander (1573) reageerde met de Franse verdediging.Ik ging iets te snel naar voren op de damevleugel en kwam op mijn koningsvleugel erg gedrongen te staan met veel stukken op een klein stukje speelveld. Stockfisch gaf mijn tegenstander steeds een behoorlijke plus.Gelukkig miste hij enkele goede vervolgzetten en kon ik via een loperaanval op zijn stelling, waarop hij vreemd reageerde, een Loper slaan met mijn Dame.Dat was het keerpunt in de partij.Ik had belang bij het afruilen van stukken en hij ging daarin mee, zodat ik uiteindelijk met 2 pionnen méér het eindspel inging. Dat was te veel voor hem en toen er een matdreiging volgde, die hij niet meer kon opheffen zonder verlies van zijn Toren, gaf hij op.

Jan (1423): Mijn tegenstander (1528) opende met 1.Pf3. Normaal beantwoord ik dat met Pf6, maar omdat dat bij mij altijd tot vervelende friemelpartijen leidt, koos ik voor 1…, d5. Algauw bleek dit ook nergens toe te leiden: geen aanknopingspunten, geen plan, noch bij mij, noch bij mijn tegenstander. Omdat Frank desgevraagd aangaf dat ie zou gaan winnen, had ik aan remise voldoende voor onze overwinning.Dat werd het toen wij drie keer dezelfde stelling op het bord kregen.

Frank (2112) bleek terecht achter bord 2 te zijn geplaatst, want daar kon hij het opnemen tegen hun sterkste man: (1829). Vanuit een Siciliaan bouwde Frank in alle rust een gedegen stelling op en voerde  geleidelijk de druk op. Dat leidde tot een eindspel waarin hij het zich kon permitteren stuk winst te versmaden, omdat hij, ook weer in alle rust, de twee pionnen kon opruimen die hem verhinderde met een vrijpion naar zijn promotieveld door te lopen.

Voor de stand KLIK HIER

18-11-2022

SV Doetinchem 1 – DSG 1 (vervolg)

SV Doetinchem 1(1745) – DSG 1(1544): 3½ - 2½

Om het goede, opofferingsgezinde voorbeeld te geven, had ik mijzelf (1424) achter bord 1 gezet en trof daar (1938), die mijn e4 met c5 beantwoordde, waarna ik op de club blindelings voor d4 kies, maar nu toch maar koos voor 2. Pc3 om de boel gesloten te houden. Dat bleek een goede keus. Tot aan de 29ste zet ging de partij volkomen gelijk op, toen ging er een pion van mij af, maar via een kleine doch aardige combinatie kon ik afwikkelen naar een eindspel met ongelijke Lopers, dat theoretisch en volgens Fritz remise was maar in de praktijk dus niet, omdat ik op de 46ste zet met mijn Loper de dekking van een pion opgaf, waarna ik meteen kon opgeven.(Vanaf zet 29 staat het verdere verloop in onze database. Ga naar Diversen - Partijanalyse en database DSG of klik hier).

Bij Albert (1391) begon, na een rustig begin, zijn tegenstander (1690) een flinke batterij tegen zijn koningsvleugel op te bouwen. Het leek redelijk te verdedigen, maar Albert kwam niet meer toe aan het opzetten van een eigen aanval. Na een flinke afruilronde bleek hij een stuk minder te hebben en moest opgeven.

Chiel (1469), die de laatste tijd in grootse vorm steekt, trof aan bord 2 een tegenstander (1851) waarvan het duidelijk is dat ‘treffen’ hier niet ‘boffen’ betekent. Chiel kreeg een geweldige aanval op zijn Koningsstelling te verduren, maar wist steeds de juiste zet. die soms ook de enige was, te vinden om groot onheil te voorkomen. Toen alle gevaren bezworen waren, had hij misschien een Paard dat wat verloren op de Damevleugel stond in het spel kunnen betrekken en voor de winst kunnen gaan, maar wijselijk ( wie het onderste uit de kan wil etc.) besloot hij tot remise. Tegen 1851 dus. Fraai gedaan, Chiel.

Patrick (1740) moest het aan bord 3 opnemen tegen (1704). Vanuit een klein voordeeltje wist  hij (Patrick dus) op de Koningsvleugel steeds meer ruimte te veroveren en kwam zo steeds beter te staan. Om wat ruimte terug te pakken, speelde (1704) zijn h-pion op en dat had ie beter niet kunnen doen (met een Koning op h8). Patrick, die nu een kleine maar sluwe combinatie zag,  sloeg met een Paard de pion eraf, waarna (1704) de keuze had de h-lijn te laten openen, een hopeloze Koningsstelling over te houden of stukverlies te accepteren. Daarom koos hij maar voor een vierde mogelijkheid: opgeven.

Bert, met een rating van niks, moest het opnemen tegen (1689) en dat ging hem goed af en lang bleef de partij in evenwicht. Toen kwam er een moment dat beiden een vrijpion hadden, die, weliswaar in tegengestelde richting, een wedloop begonnen. Helaas was die van (1689) net een zet eerder.

Jaap (1680) trof aan bord 5 een meisje van een jaar of 14 met een rating van 1600. Als een meisje van een jaar of 14 al zo’n rating heeft, weet je dat het geen walkover wordt, maar Jaap ontwikkelde voorspoedig en kreeg een gevaarlijk uitziende aanval. Een probleempje was alleen hoe die aanval te verzilveren. Dat lukte Jaap niet en wat er daarna allemaal gebeurde is mij ontgaan, maar zo tegen 23.30 stond hij met een Toren en een K.A. tegen een Toren + drie verbonden vrijpionnen compleet verloren. Maar er was wederzijds tijdnood, Jaap zette snel, 1600 ging er in mee, dat kostte haar een Toren, vervolgens een pion. Met de overgebleven twee + haar Koning rukte zij via de a- en b-lijn op naar promotie, maar precies op tijd kreeg Jaap zijn Toren op a1 en toen had ie toch nog gewonnen.

Jan

07-09-2022

Wedstrijdschema SOS-competitie seizoen 2022 – 2023

 

20 – 09:          Theothorne 1 – DSG 1

03 – 10:          DSG 1 – Mook 2

01 – 11:          SV Doetinchem – DSG1

28 – 11:          DSG – De Toren 1

10 – 01:          UVS 2 – DSG 1

06 – 02:          DSG 1 – UVS 3

21 – 03:          SMB 2 – DSG 1

03 – 04:          DSG 1 – Zevenaar 2

16 – 05:          ASV5 – DSG 1

17-04-2022

DSG1 – ASV4: 2½ - 3½

 

Bij Bert (0), met Zwart aan bord 6, ging het tegen (1640)  gelijk op. Bert had al zijn stukken op de Damevleugel verzameld en leek iets beter te staan.  Maar de weg naar winst leek lang , een foutje is zo gemaakt en weg is je voordeel, dus toen zijn tegenstander op de 30ste zet remise aanbood, koos hij liever dan voor een lege dop in goed overleg met zijn teamleider voor het halve ei.

Frank (2112) speelde zijn lijfvariant van het Siciliaans, maar zijn tegenstander (1734) bleef de goeie antwoorden vinden. Daarop onderschatte Frank het verdere verloop van de partij en na een venijnig zetje van (1734) moest hij nog knokken voor gelijk spel. Uiteindelijk kwamen ze in een eindspel terecht waarin beiden weinig tijd hadden en weinig materiaal: ieder een paar pionnen en een Paard. Toen (1734) remise aanbood, werd dat door Frank geaccepteerd.

Bij Robbie  (1750), met Wit aan bord 2, ging het zo’n zet of dertig gelijk op, maar toen ging Robbie in de fout. Hij sloeg een pion en zag niet dat dit zijn tegenstander (1740) een matdreiging opleverde, die hij alleen kon pareren door een Toren in te leveren en toen stond hij glad verloren. In een uiterste poging de boel nog te redden ging hij met zijn Koning aan de wandel en met behulp van zijn monarch dreigde hij eeuwig schaak te geven, waarop (1740), die dat niet wou, een Toren terug offerde, waarna het remise werd. Hoe sterk zo’n wandelkoning kan zijn, zie je op https://www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1124533 , de partij Short – Timman (1991).

Fred (1652), met Zwart aan bord drie, moest het opnemen tegen (1585). Dat zou een punt moeten opleveren, maar het liep anders. Fred speelde zijn geliefde Naidorfvariant van het Siciliaans en kwam in een stelling terecht die erg ingewikkeld was en waarin hij kon kiezen uit diverse combinaties die tot voordeel zouden kunnen leiden. Maar ja, hoe gaat dat. Je ziet het goed, kijkt nog eens, twijfelt, zie je niet iets over het hoofd, god dat kan ook nog, wat als … en uiteindelijk kies je, hoewel je het aanvankelijk goed zag, toch voor de verkeerde voortzetting. Zo ging het dus. Daarna maakte (1542), die een TPR van tegen de 2.000 bleek te hebben, er met een paar goed geplaatste penningen een einde aan.

Jaap (0) trof met Wit aan bord 4 een andere (0). Jaap opende met f4 en ging zoals we dat van hem gewend zijn voortvarend van start. Met zijn 12de zet hield hij echter het gas even in en daarna werd het een kalme partij waarin veel werd afgeruild en dat is niet Jaap zijn ding. Wel kwam hij nog een pion voor, maar het antwoord op de vraag of dat voldoende was voor winst was vrij ingewikkeld en met remise waren beiden tevreden.

Ik (1465) trof met Zwart (1561). Lang ging het gelijk op, maar op de 22ste zet overzag ik een kleine combinatie die mij een pion kostte en mijn tegenstander de mogelijkheid bood  een overdonderende aanval op te zetten. Mat leek onafwendbaar, maar (1561) zag niet hoe hij de genadeklap kon uitdelen. Daarvan profiteerde ik door eerst met mijn Dame wat plaagschaakjes te geven, daarna de g-lijn te openen voor een Toren en toen (1561), mies van de schaakjes,  met zijn Koning naar voren ging en daarbij een verkeerd veld koos, was hij het die mat liep. Maar met mat in 1 vond ik toch dat ik te veel van het goede kreeg en bood remise aan. De partij staat inmiddels in onze database.

30-03-2022

SMB2 – DSG1: 3½ - 2½ (vervolg)

 

Ik (1451) speelde met Wit tegen (1425) waarvan ik in Dieren bij de ONK  al eens gewonnen had, maar successen uit het verleden… etc. De opening speelde ik vrij beroerd en om tegenspel te krijgen sloeg ik maar eens Lxh7+. (1425) nam niet ( had ie beter wel kunnen doen), maar speelde Kf8. Daarop sloeg ik maar eens Txf7+ en speelde daarna Dh5+. Hierna ging ik de fout in: ik wilde matzetten, terwijl ik eeuwig schaak voor het grijpen had. Ik joeg de Koning nog wel naar b6, maar omdat ik ook nog een Paard had geofferd en geen schaakjes meer had, gaf ik maar op.



Ook hier kwam de wedstrijdleider in actie. Eerst toen een SMB-er hoorde dat Fred en ik het even hadden over een stelling die ik tien zetten eerder op het bord had gehad en dat doorgaf aan de wedstrijdleider (Fred werd vermanend toegesproken maar niet bestraft) en daarna toen
(1425) een Toren op een fijn veld zette terwijl ie schaak stond, wat ook niet bestraft werd.


Niet lang na mijn bittere einde volgde dat van Joop (1407) die het met Zwart opnam tegen (1315). Joop, aan bord 6 kwam steeds meer in de verdrukking, al zijn stukken stonden slecht gecoördineerd en op een kluitje rondom zijn Koning, waarna (1315) wat verdedigers uitschakelde om vrij baan te hebben voor een Loper die een dubbele aanval uitvoerde op de Torens van Joop.

Frank (2123) nam het met Wit op tegen de man met de goeie oren (1706). Het aardige aan de partijen van Frank is, vooral voor de tegenstander, dat het lang net lijkt alsof je de stelling in evenwicht hebt weten te houden. Maar dan komt er een moment dat je je na elke zet van Frank wat ongelukkiger gaat voelen, niet meer de zetten kan doen die je graag zou willen doen en je een gevoel krijgt van naderend onheil. En dat gevoel bedriegt je dan niet.

Frank kreeg een open lijn richting Koning met daarop een Toren en zijn Dame , een hongerig Paard stond in vooruitgeschoven positie ook al kwijlend naar de vijandelijke Koning te kijken en toen was het snel gebeurd. Dat zal hem leren, die linkmichiel.

Bert (0), met Zwart,  en zijn tegenstander (0) hielden elkaar lange tijd in evenwicht, geen van beiden ondernam iets, het leek op remise af stevenen, maar een partij kan lang duren en de tijd vliegt soms. Met nog 20 minuten op de klok, veertig op die van zijn tegenstander en een bord vol stukken, begon Bert wat sneller te spelen en, helaas, ook wat onnauwkeuriger. Dat kostte hem zijn h-pion, (0) kon via de open h-lijn binnenkomen, dat kostte nog een pion en al vrij snel de partij.

Fred (1646)  gaf tegen (1464) een pion voor activiteit van zijn stukken en de aanval en dat deed hij terecht.  (1464) kwam niet in zijn spel maar wel in de verdediging en wist verrassend lang de ineenstorting te voorkomen. Maar Fred bleef onversaagd doordrukken en toen hij een dubbele aanval op Koning en Loper op het bord kreeg was het snel uit. 3 – 2, dus.

En nu zijn jullie natuurlijk wel heel benieuwd hoe het met Patrick is gegaan.

Nou, met Patrick (1761), met Wit, ging het goed tegen (1592). Zijn tegenstander was in flinke tijdnood en Patrick stond duidelijk gewonnen. Maar zoals dat in de hoofden van schakers wel vaker gebeurt in zo’n situatie, hij begon te twijfelen: “Moet ik er met geweld een eind aan maken of langzaam wurgen.”  Patrick koos voor het opruimen van een pion, wat (1592) de gelegenheid bood met zijn vrijpion op te rukken. Na Damesruil wist dat kleine loeder te promoveren, wat Patrick zijn Toren kostte, zodat (1592) er eén meer had. Nu had hij weliswaar vier of vijf pionnen meer dan (1592), maar omdat zijn Koning door de vijandelijke Toren werd afgesneden, zag het er niet hoopvol meer uit. Maar toen drukte zijn tegenstander op een knopje dat niet het palletje aan de kant van Patrick omhoog deed wippen, maar de tijd bevroor. Geen beweging in te krijgen. Waar Patrick ook op drukte en klopte, noppes. Toeschouwers eromheen: hé wat doe je nou, dat kan niet, waar is de wedstrijdleider? Wedstrijdleider ook drukken, kloppen, schudden. Wat nu? Remise, stelde iemand voor, maar dat sloeg nergens op volgens een ander. Veel belangstellenden, veel meningen. Wij wilden wel naar huis toe. “Geef maar op”, raadde ik Patrick. “Ik geef wel op,” meldde Patrick, maar niemand hoorde het.

Toen ik mijn wedstrijdformulier van mijn tafeltje pakte, zag ik de teamleider van SMB2 er als uitslag ½ - ½ op had ingevuld.

Alles bij elkaar was het best een lollige avond.

21-03-2022

Pion 2 (1645) – DSG 1(1577): 3½ - 2½ (vervolg)

 Tegenstander (1716) en ik (1451) hadden allebei nog geen 5 minuten bedenktijd verbruikt of voor de derde keer in mijn leven werd ik met zwart in een Caro-Kannopening op de zesde zet mat gezet: 1.e4, c6; 2. Pf3, d5; 3. Pc3; dxe4; 4. Pxe4, Pbd7; 5. De2 (rare zet, dacht ik nog), Pf6; 6. Pd6++ .

Dat was dus geen goed begin, maar gelukkig lieten de anderen zich daardoor niet ontmoedigen. Chiel (1450), met Wit aan bord vijf, kwam tegen 1435 wat beter te staan, maar overzag een penning die hem de kwaliteit kostte. Gelukkig kwam zijn tegenstander in flinke tijdnood, reden waarom die zijn toevlucht nam tot herhaling van zetten.

Bert (0), met Wit aan bord drie,  moest het opnemen tegen ook een (0). Daar ging het gelijk op tot aan het eindspel waarin beiden nog vijf pionnen, een Toren en een Loper hadden. (0) dacht met zijn Toren een pion te kunnen winnen,  om vervolgens te constateren dat die vergiftigd was, want op de diagonaal met zijn Koning was gezet. Daarop volgde een penning

en gaf hij terecht op.

Jaap (0), aan bord drie, nam vanuit de opening de koningsstelling van zijn tegenstander (1601) onder vuur, opende de h-lijn, bracht steeds meer stukken in stelling en 1601 dreigde te bezwijken. Maar daarna deed Jaap een paar mindere zetten en zijn aanval dreigde dood te lopen. Toen herpakte hij zich, offerde twee lichte stukken, stootte met een pionnenfalanx door in de richting van de achterste rij, 1601 moest zijn materiële voorsprong weer inleveren en in hevige tijdnood kwam Jaap in een eindspel terecht met ieder een Toren en in het centrum allebei een groepje van drie pionnen. En dat wist ie op miraculeuze te winnen.

Dit nu was een verrassende ontwikkeling. Twee partijen waren er nog aan de gang en we stonden met 2½ - 1½ voor! Zou RKC van Feijenoord gaan winnen?

Fred (1646), met Zwart, trof 1785, dus trof het niet. Lange tijd stond hij vrij beroerd met twee ingesloten Lopers waarvan je met enig optimisme zou kunnen zeggen dat ze een sterke dubbelpion vormden. Zijn tegenstander wist daar echter geen gebruik van te maken en Fred wist na veel geploeter en geprakkiseer zijn Lopers te bevrijden en onderweg ook nog een pionnetje buit te maken. Dat zag er veelbelovend uit, maar Fred had nog maar één minuut op de klok (1785 nog drie). Gesteld voor de keus wat de beste strategie was: eerst vijandelijke pionnen opruimen en daarna met zijn vrijpion gaan lopen of meteen op promotie af te gaan, koos hij de verliezende: lopen. Ook 1785 had zo’n vrijpion en die arriveerde net één zet eerder op de plaats van bestemming.

En toen was alleen Patrick (1761) nog bezig tegen 1689 en die, Patrick dus, stond , met wit, gewonnen. Drie vrijpionnen had hij op de a-, c- en d-lijn, zijn tegenstander had drie pionnen op de f-, g- en h-lijn, maar die werden door twee pionnen van Patrick op de g- en h-lijn opgewacht. Verder hadden ze allebei nog een Dame en een Toren en, o ja, een Koning.  Het leek kat in het bakkie. Tegenstander probeerde er eeuwig schaak uit te halen, wat Patrick wist te voorkomen, maar daarbij koos hij uit de diverse mogelijkheden die hij daartoe had voor de ongelukkigste manier. Daarna werden de Torens geruild, waarbij hij een pion verloor. Vervolgens klopte de berekening van een kleine manoeuvre net niet en werden de resterende vrijpionnen opgegeten. Intussen stond zijn Koning zich midden op het bord af te vragen waar zijn hofhouding was gebleven en had zijn tegenstander een pion meer. Hopeloze toestand dus.

Jammer.

04-03-2022

Velp2 – DSG1: 2-4

 

Het begon niet zo veelbelovend.

Bert (0), met zwart, trof een Velpse tegenstander (0) die een openingsvariantje kende dat er weliswaar dreigend uitziet, maar bij het juiste antwoord eerder beter voor Zwart is. Bert vond het antwoord niet en werd vrij snel van het bord gekegeld.

Jan (1451), met wit), kreeg actieve stukken op open lijnen en diagonalen, dreef de stukken van zijn tegenstander (1508), uit elkaar en won na 23 zetten een stuk, waarna tegenstander opgaf.

Robbie (1741), met zwart, kwam niet geweldig uit de opening, maar geleidelijk aan wist hij de druk op de witte Koningsstelling op te voeren, druk werd aanval, aanval werd tegenstander (1653) te machtig.

Bij Chiel (1450) , met zwart, kwam een eindspel op het bord met nogal ongelijksoortig materiaal. Tegenstander (1322) had een Dame, een Paard en een enkele pion, Chiel had een Toren, een Paard , een Loper en een enkele pion meer. De stukken, inclusief de beide Koningen, stonden op een kluitje, midden op het bord. Er werden wat weinig overtuigende zetten gedaan, dit leek remise te worden, zoals door de tegenstander: K naar rechts, K naar links. Maar dit werd Jan Stuut noodlottig. Chiel sloeg met T een P, de witte K sloeg de T, waarna Chiel een P-vorkje had dat hem een D opleverde.

Ben (1436), met wit,  had al zijn stukken op de vijandelijke Koningsstelling gericht, waar alle stukken van zijn tegenstander (1511) stonden te verdedigen. Daar was dus geen doorkomen aan en daarom besloot Ben zijn Dame van e3 naar e5 te spelen, om daarmee Tg6 te pennen, waarachter de Zwarte Koning stond. Daarbij vergat hij a: dat verdedigers ook tegelijkertijd een aanvallende rol kunnen spelen, zeker als ze, een D en een T,een batterij vormen die gericht is veld f2, waarachter je Koning staat en b: dat zijn Dame de niet onbelangrijke functie had veld f2 te verdedigen. Na De5 volgde dus Dxf2 mat.

Fred (1646) kwam in een partij die ik niet gevolgd heb, tegen (1450) in een eindspel terecht waarvan ik dacht dat het remise zou worden en Fred vond dat ie daarin de betere kansen had.

Ik was wel benieuwd wie van ons twee gelijk zou krijgen, maar zijn tegenstander blunderde, zodat ik in ieder geval ongelijk kreeg en ons team de winst.

Klik hier voor uitslagen en stand.

04-10-2021

Programma SOS-wedstrijden, seizoen 2021 – 2022

 4 okt.:            SV De Toren 1 – DSG

                        De Steenen Camer, Hannesstraatje 2-A, Arnhem; 026-3814187

 1 nov.:            DSG – ASV 5

3 dec.:             Pion 2 – DSG

                        Cult. Centrum de Mallemolen, Kloosterstraat 11, Groesbeek; 024 -3976360

10 jan.:            DGS – UVS 3

18 febr.:          Velp 2 – DSG

                        Ontmoetingscentrum De Paperclip, Eiberstraat 14, Velp; 026 – 3640366

15 mrt.:           SMB 2 – DSG

                        Voorzieningenhart ’t Hert, Thijmstraat 40, Nijmegen; 024 – 3501773

 4 apr.:             DSG – ASV 4

12 mei:            Mook 1 – DSG

                        Gemeenschapshuis Mook, Groesbeekseweg 3, Mook; 024 - 6961505 

13-01-2020

DSG 1 – De Kameleon 1: 5 – 3 (vervolg)


Jan speelde tegen een aardige man die weliswaar veel praatjes had, maar die al vanuit de opening minder stond. Toen die ook nog een paard cadeau gaf, stond het al gauw 1-0.
Robbie had de smaak weer te pakken, ontwikkelde vanuit de opening een verwoestende aanval, hakte de pionnen voor de vijandelijk Koning van het bord en daarna was mat niet te vermijden: 2 – 0.
Patrick kwam in een eindspel terecht dat voor de toeschouwer zeer ingewikkeld leek en op remise zou uitlopen, maar Patrick slaagde erin na veel geruil een niet te stoppen vrijpion te krijgen: 3 – 0.
Jaap stond na een zet of acht al gewonnen en we telden er al een punt bij, maar ineens deed hij twee tamelijk onnozele zetten waarmee hij zijn voordeel verspeelde en uiteindelijk de partij: 3 – 1.
Ben kreeg te maken met een tegenstander die het Koningsgambiet op zijn repertoire bleek te hebben en daarop had Ben geen antwoord. Hij kwam al gauw twee stukken achter, wist er nog wel één terug te winnen, maar daar bleef het bij: 3 – 2.
Eric trof een taaie tegenstander. Er werd wederzijds lang nagedacht en subtiel gemanoeuvreerd, maar de stellingen bleven in evenwicht en dat werd dus remise: 3½ - 2½.
Fred kreeg een aardige stelling met initiatief dat op een veelbelovende aanval leek, maar hoe hij die moest verzilveren bleek hem niet helemaal duidelijk: 4 – 3.
En toen was alleen Frank nog bezig. Bij afwezigheid van hun eerste bordspeler was de laatste bordspeler op bord één gezet en die bleek daar, met 700 Elopunten minder, verrassend sterke tegenstand te bieden. Niet dat ie Frank onder druk zette, maar hij doorzag wel wat Frank van plan was. Het duurde lang voor Frank met een Paard de vijandelijke stelling kon binnenvallen, maar toen was het snel bekeken: 5 – 3.
In matchpunten staan we nu gelijk met De Kameleon, in bordpunten staan we er nog 2½ achter. Een paar keer winnen met 7 – 1 of 8 – 0, dan De Cirkel verslaan in de laatste ronde en dan zijn we als nog gepromoveerd. Dat moet kunnen.

18-11-2019

DSG1 - VELP3J: 6 - 2

Gezien de rating van onze tegenstanders leek het geen probleem om Frank vrijaf te geven en dat Eric niet van de partij kon zijn. In de harde en ruwe werkelijkheid bleek dit toch net iets anders te liggen, al begonnen we voortvarend.

Jan aan bord zeven trof een kind (974) dat hij graag als kleinkind had willen adopteren, wat een aardig ventje was dat, maar hij moest er nu eenmaal tegen schaken. Nout, want zo heet hij, bouwde met Wit  heel rustig zijn stelling op en kwam niet verder dan de vierde rij, Jan wachtte af en ging niet verder dan rij zes. Op de 20ste zet trok Nout ten aanval en dat werd hem meteen fataal: een aftrekschaakje en hij was zijn Dame + een pion kwijt tegen twee Lopers. Chiel zou nog hebben doorgespeeld, maar Nout gaf op. Opmerkelijk.

Albert aan bord acht kreeg al snel mooie aanvalskansen. Zijn tegenstander (0) rokeerde kort, Albert wist de h-lijn te openen, kreeg daar twee Torens op en had ook nog een Paard op e6 dat de vijandelijke Dame op c5 en een Toren op f8 aanviel. Dit kon niet meer misgaan en dat ging het ook niet. Tegenstander spartelde nog wat, maar tegen een ontketende Albert was geen kruid gewassen.

Chiel speelde aan bord 6 tegen een tegenstander van 1113 en had zijn avond niet. In de opening raakte hij al een pion kwijt en daarna bleef hij achter de feiten aanhollen. Die ene pion werden er drie, daarna verloor hij een Toren en ook de rest van zijn stukken verdween tot hij alleen nog zijn Koning overhad. Zijn tegenstander had, als ik het goed onthouden heb, nog een Dame, een Toren, een Paard en wat pionnen over, maar pat werd het niet.

Jaap aan bord 3 ging er weer fris en monter tegenaan. Wij op de club weten inmiddels wel wat ons te wachten staat als we Wit tegen hem hebben, maar wie hier voor het eerst mee wordt geconfronteerd, dient toch de mind enigszins te resetten. De tienjarige Son (986) bleek dat verrassend snel te kunnen. Het werd een levendige partij met kansen  over en weer en het duurde tot ver in het middenspel aleer Jaap in het voordeel kwam door een Loper buit te maken. Daarna brak Sons verweer.

Robbie was waarschijnlijk nog bezig met de verwerking van zijn eerste busrijles waar hij net vandaan kwam. Hij kwam niet goed uit de opening, maar gaandeweg kwamen er toch over en weer combinatoire dreigingen op het bord. Er volgde veel afruil en er bleef een eindspel over waarin Robbie en zijn tegenstander (1495) beiden aan iedere kant van het bord een groepje pionnen overhielden. Maar 1495 had één pion meer en een beweeglijker, sterkere Koning.
En toen werd het 3-2.

Fred trof een maatje (1570) uit zijn Gova-tijd. Na vooraf wat vriendelijkheden te hebben uitgewisseld, brandde er op het bord een felle strijd los die zich zo op het eerste gezicht niet gunstig ontwikkelde. Fred raakte in tijdnood, dreigde een Loper te verliezen, in de opstelling van zijn stukken viel weinig samenhang te ontdekken. Maar zie, hij slaagde erin zijn Loper te redden, zijn stukken te hergroeperen en ontketende vervolgens een aanval waartegen zijn oude vriend niet opgewassen was.

Ben had het niet makkelijk en kwam al snel in positionele problemen. Zijn jeugdige tegenstander (12010) wist hieruit echter geen voordeel te putten en Ben bracht de stelling weer in evenwicht. Hier had er één van de twee remise kunnen aanbieden, maar verbeten werd er door geschaakt tot beiden in tijdnood kwamen. Hierin gaf 1210 een Toren weg, waarna Ben hem vakkundig mat zette.

Patrick bouwde op zijn bekende, rustige manier een Koningsaanval op die dodelijk leek. Maar zijn tegenstander (1586) verdedigde zich prima, waarna Patrick het strijdtoneel verplaatste naar het centrum alwaar hij een vrijpion wist te creëren en vervolgens nog twee pionnen buitmaakte. Maar toen kwamen beide strijders in hevige tijdnood. Patrick maakte daarin een taxatiefout wat hem een kwaliteit kostte, zijn tegenstander kreeg met nog 25 seconden op de klok ineens een Koningsaanval, deed enkele krachtige zetten en het zou ongetwijfeld snel mat geworden zijn, ware het niet dat de jeugdige Velpse held vergat om na zijn krachtige zetten de klok in te drukken.
En zo werd het 6 – 2 voor ons.