ubbink transport

ubbink transport

woensdag 21 december 2011

OSBO derde ronde


DSG 1  -  Schaakmaat 3:   4½ - 1½

Klik  hier voor de uitslagen en standen.

Lange tijd vroegen we ons al af hoe RenĂ©, die zo weinig serieuze wedstrijden speelt, aan zo’n hoge rating komt.
Het antwoord zien op de foto.
Onder de tafel heeft hij een Kempeler schaakmachine geplaatst. Hier zijn we getuige van een communicatiestoornis tussen beide.
“Moet dat paard nou naar e5 of g5. Wat zeg je?”



Hulseman ziet al waar het gevaar dreigt.
Hij kan het echter niet afwentelen en niet veel later moest hij constateren: “Stik! Mat!!
 
 
 
 
 
 De ratingloze Musters lijkt niet de avond van zijn leven te hebben.
Terecht, lijkt mij, want wat doet dat witte stuk daar op g6?
Mooi is de houding van Patrick: de samengeknepen handen, de strakke kinlijn.
Hier zit iemand die het antwoord heeft gevonden op de vraag hoe hij wil winnen: genadeloos.
Fons zit te kijken alsof hij zich de spelregels niet meer kan herinneren. Maar schijn bedriegt. Ook zijn tegenstander trapte er in. Zijn makkelijke zetjes werden door fons adequaat gepareerd en Fons behaalde een knappe remise.
Chiel wil een slok nemen, maar halverwege stokt de beweging die dat mogelijk moet maken. Waarschijnlijk is dit het moment dat hij zich realiseert dat hij iets over het hoofd heeft gezien: een kleinigheidje maar, maar toch…. Het was beslissend voor het verdere verloop en de afloop van de partij.
Op de achtergrond zien we Paul. Als enige drinkt hij geen koffie maar thee. Dat doet hij waarschijnlijk omdat thee hem ontspant. Voor een tegenstander is dat verschrikkelijk. In de opening wordt hij overrompeld en daarna wordt hij, op ontspannen wijze en met kalme zetjes fijngeknepen.

zaterdag 3 december 2011

Aalten - DSG2: 3½ - 2½

.
Ja, dat is lachen als je tegenstander twee pionnen achterstaat en een toren heeft die niet meedoet en jij al een toren op de tweede rij hebt. Dan weet je bijna zeker dat je aan het eind van de avond ook lacht.





















Ben straalt een zekere gelatenheid uit. Wat hij ook doet, hij komt niet onder de druk uit. Zettenlang balanceert hij nu al op de rand van de afgrond. In de opening sloeg hij een verkeerd pionnetje en vanaf dat moment hoopten zich de stukken op die op het zijn Koning hadden gemunt.

Daarachter zien we onze andere openingsexpert. Jan kreeg een inferieure variant van het Schots tegen, maar was vergeten wat daarvan de weerlegging was. Dat leidde tot veel vruchteloos gepieker en geprakkizeer, waarna hij in arren moede maar een pion weggaf die hij nooit meer zou terugzien.





















Hier zien we twee echt grote denkers aan het werk. Er wordt niet nagedacht over concrete zetten maar over universele vraagstukken: “Wie werpt de eerste steen? Wie bindt de kat de bel aan? Is de aanval de beste verdediging? Beslissen we deze strijd middels het harmonie- of middels het conflictmodel? ” De conclusies van Albert: ‘Ik. Ik. Ja. Het laatste.” En zo bood hij zijn tegenstander ruimte en aanknopingspunten aan en uiteindelijk de partij.

Naast hem staat iemand die op nonchalante wijze zijn mannetje staat: een kenner, een killer, Emile, kortom. Die moet je geen voordeeltje geven, daartegen moet je voortdurend de kop er bijhouden, want doe je dat niet dan pakt ie je. Zijn tegenstander had deze foto natuurlijk niet gezien en wist dat niet. 1 – 0 voor ons.

Joop staat niet op een foto, want hij maakte ze. Hij maakte ook nog een zeer verdienstelijke remise.



.