De eerste competitiewedstrijd van het nieuwe seizoen was een thuiswedstrijd tegen DOG 1 uit Almen. De wedstrijd werd geleid door onze kersverse wedstrijdleider Erik Visser, die ons net daar voor een uitleg had gegeven van een aantal regels en gedragingen, waar we als competitiespelers aan moeten denken.
We begonnen met 2 verliespartijen en na een uur stonden we al met 1 -2 achter. Mijn verliespartij maakte het niet beter en Jan en Adri, moesten de eer redden. Dat deden ze gelukkig uitstekend. Allebei brachten ze hun tegenstander in een eindspel met enkel pionnen in “Zugzwang” en het wedstrijdpunt was binnen.
1. Jan Ravensteijn (1628) - Bernd Brandt ( 1568 ) 1 - 0
Omdat noch mijn tegenstander noch ik voor de aanval kozen, bleef de stelling lang in evenwicht. Wel vond ik dat ik een betere pionnenstelling had die tot haar recht zou kunnen komen als de stukken van het bord zouden zijn verdwenen. Ruilen was dus mijn streven. Dat lukte aardig, vooral toen tegenstander zelf aanbood de enig overgebleven Torens te laten verdwijnen. Vanaf dat moment was, onder aanvoering van mijn Koning die inmiddels op g4 stond, winnen niet moeilijk meer.
2. Adri Bressers (1555) - Brerend Ebbink ( 1628) 1 - 0
Vanuit mijn favoriete 1. E4,e5, 2.d4 opening stevende mijn tegenstander met rechtstreeks af op een Dameruil op de 4e zet met 2...d6 3. Dxe dxe 4 Dd8 Kd8. Dit betekende dat hij niet meer kon rokeren en ik druk op f7 kon zetten. Dit resulteerde in een veel betere stelling voor mij waarbij ik de pion op f7 won en later nog een op d6. Gaandeweg werden alle stukken afgeruild en eindigde ik met een eindspel van 5 pionnen tegen 3 pionnen. Dit was technisch eenvoudig uit te spelen met uiteindelijk zetdwang en opgave van de tegenstander. Een partij die zichzelf liet spelen en die me dan ook weinig bedenktijd vroeg.
3. Herman Rensen ( 0 ) - Marcel Rosenberg ( 1360) 1 - 0
Na een ongeveer gelijk spel, waarbij nog maar een paar stukken van het bord waren, leek het er op, dat ik een stuk zou verliezen, maar hij zag over het hoofd, dat hij dan op de achterlijn mat liep. Dit gebeurde dus, terwijl ik hem een zet daarvoor voorstelde, als hij aan remise dacht, dat hij het dan moest zeggen.
4. Albert Lebbink (1571) - Hans Marcus ( 1648) 0 - 1
Na een rustig begin stapelde hij de d-lijn hetgeen mij 2 pionnen kostte. Ik kon even later de kwaliteit winnen, zodat we redelijk gelijk stonden. Mijn tegenstander stond wat actiever .Daarna stond het wat vast, waarna ik iets te resoluut de aanval koos en mijn dekking verwaarloosde. Hij brak door op de koningsvleugel en ik verloor 2 pionnen en een stuk en gaf op.
5. Gerard Verstraete ( 0 ) - Gradus Vrieze ( 1612) 0 - 1
Ik speelde met zwart op bord 5 tegen Gert Vrieze . Als antwoord na zijn d4 opening wilde ik het koningsindisch op het bord brengen. Pf6, g6 en loper op g7. Daarna gevolgd door een korte rokade.. Door zijn agressieve manier van spelen lag ik voortdurend in de verdediging. Ik kreeg geen vat op het spel en kwam niet in de gelegenheid om te rokeren. Dit werd uiteindelijk mijn Waterloo. Met een toren op de open e-lijn en een penning op de koning kwam de loper op a3 als extra aanvaller. Dit werd mij te veel. Hierdoor verloor ik een stuk. Omdat het mij niet lukte om de koning uit de penning te halen gaf ik op.
6. Harry Betcke ( 0 ) - René Rothman ( 0 ) 0 - 1
Na wat weggeven en wat gewonnen te hebben kwam er tenslotte een eindspel met een toren achter.
Dus opgave.


