ubbink transport

ubbink transport

20-01-2026

DSG 2 ( 1597) - SV Theotorne 1 (1782): 3 - 3

Jan Ravensteijn  (1675) - Cor Vrouenraets (1906); 0 - 1

Tegen negentienhonderdennogwat ging het t/m de 64e zet gelijk op. Toen pakte ik mijn loper, die werd aangevallen door pion a3, zette hem op e7, bedacht me  en zette hem terug op het veld waar ie stond, dacht ik, maar ik vergiste me en zette de loper niet terug op b4, maar op c5 en liet hem los. Zo had ik dus een zet gedaan. Dat ie daar door een paard kon worden geslagen vond ik heel teleurstellend

 Adri Bressers  (1473) - Bob Coenen (1809)  1 – 0

Een superspannende partij. Grote aanval met paardoffer, die op lange termijn leidde naar een stal verbonden vrijpionnen. Complex, maar met heel veel dreiging wat uiteindelijk de verdiende winst opleverde.

 Joop Crooy  (1641 ) - Gabor Lammers ( 1734 )  0 - 1

Gabor speelde Nimzo-Larsen Attack. Een opening waar ik niet zo veel mee kon. Dus dan maar wat voorzichtig spelen in die opening. Helaas te voorzichtig want ik liet de kans liggen op stukwinst. De bewuste zet wel overwogen, maar niet aangedurfd. Zie de stelling. In deze stand liet ik de winst liggen. Hij speelde La4 en ik had b5 moeten spelen en door het paard daarna in te spelen, win ik een stuk.. De stelling was en bleef verder tot het einde remise door o.a. een hele gesloten pionnenstelling. Omdat Dieren op dat moment met 3-1 achter stond wilde hij terecht geen remise accepteren. Remise, tot ik aan het eind ging forceren. Waarom, tja .....

Yunus Yetkin  (0) - Dick van Rumpt  (1800)   0 – 1

Yunus speelde een prima partij en kreeg steeds meer het initiatief. Hij lanceerde  en een enorme aanval op de koningsvleugel  met Paard, Toren, Loper en Pion.   Het leek erg hoopvol, maar het stond zo gedrongen, dat het ook kwetsbaar was.    De tegenstander wrong zich vrij en er kwam een eindspel van witte lopers met 2 paar pionnen op de buitenste 2 rijen.  De speler uit Dieren mocht geen remise accepteren, omdat zijn team met 3-1 achterstond.  In dit eindspel was hij iets  gelukkiger of beter, want uiteindelijk had hij nog 2 gebonden pionnen en Yunus enkel zijn koning. Dat werd vakkundig afgerond naar winst.

Herman Rensen ( 0 ) - Piet Gommers ( 1838)  1 – 0

De partij ging wel gelijk op. Na een afruilaktie  hielden we nog een gelijk aantal stukken over. Gelijke lopers en een paard met een gelijk aantal pionnen, waarvan hij één dubbelpion. Voor mij was dat een remisestelling. Misschien wat beter voor mij vanwege de dubbelpion. Na overleg met Albert bood ik remise aan, omdat ik geen zin had in een eindspel met wat pionnen. Mijn tegenstander wilde nog even doorspelen. Tot mijn verbazing gaf hij bij de volgende zet een stuk weg, waarna hij de partij opgaf.

 Erik Visser (1600) - Henk Bergsma  (1605)   1 – 0

Theotorne is een sterke tegenstander. Dus probeer ik een degelijke opening: het London systeem.  Helaas ging het daar toch langzaam maar zeker fout. Begin van het middenspel kom ik een pion achter en vrees voor het verlies van mijn toren, maar mijn tegenstander is avontuurlijk nog aanvalslustig, wat mij heel erg goed uitkomt en hij trekt zich terg in de verdediging.  Heel langzaam( ik kom vreselijk veel tijd achter te staan) kom ik steeds beter te staan en win twee pionnen. Uiteindelijk komt min toren bijzonder goed te staan wat hem respectievelijk  een loper en de partij kost.

18-01-2026

4e ronde OPC 1 – DSG 1

Donderdag 15 januari was de aftrap van de tweede seizoenshelft.
De vraag was, zou DSG 1 haar onbedreigde koppositie kunnen handhaven in de klasse 2B? Om maar met de deur in huis te vallen. Nee, het is ons niet gelukt.
Nu zal ik het feit dat we verzwakt naar OPC afreisden niet als oorzaak aanvoeren want ondanks dat de 3 (standaard-) DSG kampioenskandidaten om verschillende redenen niet konden spelen, had ik toch het vermoeden dat met onze invallers een gelijkspelletje zeker mogelijk was.
Het begon natuurlijk uitermate goed daar in Doorwerth met een ultrasnelle winst van mijzelf op bord 1. Ik zal toegeven dat mijn tegenstander zijn dag niet had en op de 8e zet al een bok schoot die op de 14e zet tot mat leidde. Shit happens.
Daarna kwam Doorwerth echter gelijk omdat Jan, op bord 4 , helaas ietwat ziekelijk, ergens in een gelijkwaardige tot betere stelling op zet 13 een afruil uitlokte die een pion kostte en zijn tegenstander (te) veel ruimte gaf. Vijf zetten later dacht Jan ook nog middels een Dameruil tegenspel te krijgen. Hij overzag daarbij een tussenschaakje dat een paard kostte. Toen geloofde Jan het wel en liep gedesillusioneerd de nacht in….
Kortom 1-1 dus.
De overige stellingen vertoonden een kleine maar duidelijke plus voor OPC 1 hetgeen ook de uiteindelijke uitslag rechtvaardigt, maar het verloop was toch verrassend. Op bord 5 leek Adri een moeilijke maar wellicht wel te verdedigen stelling te hebben. Zijn aanval op de koningsvleugel was gestokt maar zijn tegenstander miste, volgens Adri zelf, een goede kans op de damevleugel. Kort na het verlies van Jan kon door Adri echter de vrede worden getekend. 1.5-1.5.
Daarna ging het echter jammer genoeg mis bij Yunus op bord 8. Na een goed opgezette partij wist Yunus met een pionoffer een sterk paard op f4 te krijgen. Alleen  zag zijn tegenstander kans af te wikkelen naar een eindspel met uiteindelijk beide 2 torens en een paard. Het leek te houden, totdat Yunus in een venijnig valletje trapte en wit met een kleine combinatie en een paardvork een toren wist te winnen.
Helaas, ondanks nog enkele zetten van Yunus, was het niet meer te houden. 2.5-1.5 voor OPC terwijl het in eerste instantie zowel voor Fred op bord 2 alsook voor Chiel op bord 3 er slecht (beide 1 pion minder) uitzag.

Fred wist ondanks de pion minder en een chaotisch moment in de partij (waarbij er wel of niet onreglementair een klok stilgezet en een stuk aangeraakt werd) zijn hoofd er bij te houden en langzaam terug te komen tot een gelijkstaand eindspel met beide een toren en beide 2 pionnen. Remise zou je zeggen en remise was ook aangeboden door Fred, maar geweigerd, waarschijnlijk gebaseerd op de tijdnood van Fred. Alleen schoot nu ook zijn tegenstander een bok, gaf de toren weg, en gaf meteen op. 2.5-2.5 met nog alleen de partij van Chiel bezig.
Chiels pion achterstand was getransformeerd in een Toren + 2 pionnen voor een loper + 5 pionnen. Dat klinkt vrij verloren maar gezien de stelling op het bord leek een remise toch een optie. En zeker toen er ook nog een kleine zetherhaling op het bord verscheen. Was zijn tegenstander aan het twijfelen? Dus een Chiel plaatste een terecht remiseaanbod in de relatief milde tijdnood van de tegenstander.
Helaas, hij weigerde terecht en maakte het mooi af met een minorpromotie die weinigen hadden zien aankomen (ik in ieder geval niet). 3-5-2.5 voor OPC.
Hiermee komt OPC 1 gelijk op matchpunten met DSG maar staan we op bordpunten nog 2 punten voor. Veenendaal 2 kan deze rode ook nog op 6 matchpunten komen en ons dan inhalen op bordpunten als het wint van Zutphen 2.
Kortom met nog 2 ronden te gaan blijft alles mogelijk.


28-11-2025

ÀSV 5 - DSG 2: 4 -2

In Arnhem leed DSG 2 een pijnlijke nederlaag.
Adri en Gerard speelden remise en alleen Joop wist te winnen.
Hieronder een kort verslag van ronde 3 in de SOS-competitie.

Bord 1. Jan Ravensteijn  - G. Paris: 0  -  1
Omdat mijn tegenstander al vanaf zet 4 in diep gepeins verzonk en dan een zet deed waarmee hij een stuk aanviel dat ik daardoor op een beter veld kon zetten, concludeerde ik dat ik het een goede strategie zijn om mijn stukken niet verder dan de derde rij te plaatsen en te zien wat ie zelf voor constructiefs kon bedenken. Die strategie werkte en ik bereikte een compleet gewonnen eindspel, al was mat nog ver weg. Maar met nog 10 sec, op de klok tegen 23 minuten voor mij, bleef tegenstander flitsend hopeloze zetten doen die ik maar moest noteren. Ik voelde me een flippende boekhouder die voor zijn examen steno was gezakt, Ik werd hier gek van. Ik gaf op.

Bord 2. Gerrie Arends - Adri Bressers: ½  -  ½ 
In een Konings Indische partij speelde ik met zwart tegen een tegenstander, die elk avontuur uit de  stelling wist te halen. Een saaie partij zonder grote fouten eindigde in een vastliggende pionnenstelling met alleen nog koningen. Potremise dus.

Bord 3.  Joop Crooy  - Jan Zuidema: 1  -  0

Lange tijd ging de strijd gelijk op. Door het dame gambiet begon de strijd zich vooral op de damevleugel te ontwikkelen. Zwart kon daar een vrijpion creëren. Maar toen werd zwart wat overmoedig en kwam met beide lopers mijn damevleugel binnenvallen. De lopers stonden niet gedekt en door aftrekschaak kreeg de partij een verrassende wending. Ik kwam materieel in het voordeel maar zwart (Jan) had een sterke vrijpion die gevaarlijk oprukte. De strijd ging lang duren. Iedereen was al uitgespeeld, maar met nog 1 minuut op de klok werden stukken dusdanig geslagen dat de stelling erg eenvoudig en overzichtelijk werd en zwart gaf op

Bord 4. Christaan Zevenbergen  -  Gerard Verstraete:  ½  -  ½ 
Gerard Verstraete (0) met zwart speelde op het vierde bord tegen Christiaan Zevenbergen (1596). Zwart verdedigde in de opening met de Caro-Kann. Wit (Christiaan) maakte er de doorschuif variant van door e5 te spelen. Hierna ontwikkelde zwart zijn koningsvleugel niet goed. De toren en het paard stonden beiden geblokkeerd in de hoek van het bord. Dit gaf wit de mogelijkheid om een felle aanval uit te voeren op de koning. Deze aanval bracht echter geen doorbraak in het spel. Wit bood remise aan met als argument; “dit wordt mij te ingewikkeld”. Zwart (Gerard) accepteerde het aanbod. 

Bord 5. Albert Lebbink – Ko Kooman:  0  -  1
Na een rustige start in mijn Londens opening kreeg ik de kans om de pion op h7 te slaan en daarna met Paard en Dame te vervolgen. Ik durfde niet en enkele zetten later durfde ik het nog niet. Even later deed ik het toch, maar het momentum was weg en toen Ko de loper niet sloeg, maar naar g8 ging blunderde ik en verloor een stuk voor 2 pionnen. Maar het ergste kwam, toen ik mijn Dame liet slaan. Ik gaf op. Ik had ’s middags nog wel een artikel gelezen over het belang van het vermijden van blunders in het schaakspel.

Bord 6. Yunus Yetkin -  Herman de Munnik: 0  -  1 ( R) 
Yunus was ziek en omdat ik geen vervanger kon vinden, was dit een reglementaire 0

26-11-2025

DSG 1 - Twellose SC 1

Uiteindelijk een geslaagde kennismaking met de Twellose SC1
(oftewel een 3.5-2.5 winst voor DSG1 waar een zwaar bevochten 3-3 de beloning had moeten zijn)

Maandag 24 november kan, volgens enkele insiders, ingaan als een eerste kennismaking van DSG met de Twellose SC. Kon ik met de vraag: "Ligt Twello niet achter Doetinchem", nog enkele gefronste blikken tegenmoet zien, na de geduldige uitleg van Robbie wist ik, dat het inderdaad een halfuurtje met de auto is, maar dan richting Klarenbeek. Na deze kennis aanvulling kon een spannende schaakavond starten. En spannend werd het!

Lang bleven de stellingen onduidelijk. Liters koffie werden weggewerkt, zeker aan het bord van mij en mijn tegenstander. Op bord 4, wist Robbie, zo rond de derde kan koffie, als eerste duidelijkheid te scheppen door zijn tegenstander wat pionnen af te pakken en in een eindspel van ieder 2 torens tot opgave te dwingen. Niet lang daarna bleek dat Jaap op bord 1, met een kwaliteit minder, de lijnen gesloten kon houden in een eindspel van 2 torens tegen een toren en loper. En ja, zonder open lijnen is een toren niet meer waard dan een loper. Zonder perspectief op meer stelde Jaaps tegenstander een remise voor, hetgeen Jaap zonder twijfelen accepteerde. 1.5-0,5 voor DSG1.

Verder was het onduidelijkheid troef. Chiel op bord 6 stond wel duidelijk minder (enkele pionnen en een kwaliteit minder), maar Fred op bord 5 stond totaal onduidelijk, hoewel ik even dacht dat hij een stuk voor stond. Maar naast het bord ben ik toch minder scherp dan op het bord. Ik had gewoon niet goed geteld en qua materiaal stond het eigenlijk gelijk. Bij Patrick aan het derde bord en bij mij aan het tweede bord was zeker alles nog rondom de remisemarges.

Bij Patrick viel toch de volgende beslissing. Na een rustige opzet kwam uiteindelijk een eindspel op het bord van paard en loper tegen paard en loper. Door de minimale openingen aan de damevleugel kon zowel wit niet binnendringen alsook zwart niet uitbreken. Daarmee waren beide koningen veroordeeld tot een dansje op de eigen bordhelft hetgeen, na een enkele poging tot meer, tot remise leidde. Daarna verloor Fred. Ergens werd hij, in een verschrikkelijk ingewikkelde stelling, ondergesneeuwd in allerlei penningen. Uiteindelijk besliste een penning van een paard zijn lot en stortte de stelling in.

Daarmee ontstond een stand van 2 -2 en met in mijn achterhoofd een verlies van Chiel. 
Op dat moment stelde mijn tegenstander, aan bord 2, remise voor en daar was de stelling ook zeker naar. Maar de wedstrijd nog niet. Ik poogde in de ontstane stelling de dames te ruilen waarmee de, nu sterke, zwarte vrijpion een lastig te verdedigen zwakte zou worden. Maar de, tot dan goed spelende, zwartspeler wilde daar terecht niet aan meewerken en ontweek die dameruil waardoor we beide de zetten herhaalden.  Een dreigend verlies van DSG speelde door mijn hoofd, totdat ik een “winstpoging” opmerkte. Net op dat moment kwam het bericht dat Chiel toch weer tot een miraculeuze ontsnapping was gekomen!

Chiel had de stand weer langzaam vrijwel gelijk weten te trekken en had wat pionnen en de kwaliteit teruggewonnen. Met slechts een pion minder wist hij toch een remisehaven te bereiken. Een ware mentaliteitswinst.
Wedstrijdstand dus 2.5 – 2.5 waarbij mijn partij de beslissing kon brengen.

Na de eerdere zetherhalingen was op de 37e zet de volgende stelling, met wit aan zet, ontstaan:

De “verstandige” zet was het aannemen van het remiseaanbod of het afdwingen ervan met Dg3 geweest (3x dezelfde stelling). Wit moet namelijk oppassen dat zwart niet de f-lijn claimt met zijn toren. Mijn “winstpoging” op de 37e zet was 37 Dh4 (!), dreigt Dd8+, en leidde na 37…Df6 38 Dxf6, in zwarts tijdnood, tot dameruil, waarna de zwarte pion op e4 inderdaad zwak werd en ik met een super-paard op b6 tegen een slechte loper op g6, in een Toren + paard tegen Toren + loper eindspel, mijn tegenstander kon aftroeven en hij in zware tijdnood opgaf. 3.5-2.5 voor DSG 1! En weer een winst voor de Doesborghsche mosterdmannen.

Maar wat als ….. mijn tegenstander na mijn “winstpoging” op de 37e zet gewoon koelbloedig met zijn toren een pion op c3 gepakt had? Ik heb die zet geen moment overwogen want ik dacht dan met Dd8 te winnen. Zie weer de stelling. Na 37 Dh4, Txc3(!) 38 Dd8+, Le8 kan wit de toren pakken met 39 Txc3 want…. zwart kan niet terugnemen vanwege Dxd8. Maar zwart heeft veel beter dan de toren pakken! Het is na 39… Dd4+ minimaal remise want wint kan niet meer dan 40 Kf1, Dd1+ 41 Kf2, Dd2+ en wit moet Kf1 spelen waarna zwart met Dd1+ in de zetherhaling gaat. Geforceerd remise dus, gelukkig voor wit.

Het was wel zo eerlijk geweest, een 3-3 bij een eerste kennismaking. Heren uit Twello, bedankt voor de spannende strijd. Het was jullie gegund, maar, helaas voor de Twellose SC1, en gelukkig voor DSG1, heeft het niet zo mogen zijn en dus kan DSG1 met deze winst het nieuwe jaar in, aan de kop van de ranglijsten in de klasse 2B.


12-11-2025

ASV 6 - DSG 2: 2½ - 3½


DSG 2 boekte op donderdag 7 november een mooie overwinning in Arnhem: 
ASV 6  werd met 2½ - 3½ verslagen. 

Bord 1: Jan Ravensteijn - Ahmet Babaoglan. Ik kwam beter uit de opening, maar verspeelde dat voordeel door op een mij onvoordelige afruil in te gaan. Toen ik een zet of vijf de zet miste die me duidelijk voordeel had kunnen brengen, was de stelling in evenwicht en bood ik remise aan. Dat weigerde mijn tegenstander en even later verdween hij voor de tweede keer met zijn telefoon. Daar maakte ik de wedstrijdleider opmerkzaam op. Die ging op zoek naar de dader, legde hem uit dat dit verboden was, gaf hem een waarschuwing, waarna Ahmet aan het bord verscheen, wat stukken omvergooide, waaronder zijn Koning, en verdween. Dit was een duidelijk geval van opgeven en zo won ik. 
Adri verloor aan bord 2 van Mahir.

Bord 3 : Joop Crooy - Rens Nuwenhoud, Na een voorzichtige opening van vooral zwart, waarin wel heel weinig ondernomen werd (zwart speelde e6, Pf6, Pc6 en g6) zag zwart een kleine combinatie over het hoofd waardoor wit een pion won. De strijd ging toen echt los. Wit kreeg een aardige aanval en stond iets beter. Dit ging echter heel lang duren en winst lag niet direct voor het grijpen. Alle teamleden waren al uitgespeeld. Met nog een paar minuten op de klok besloot ik na overleg met de teamleider om remise voor te stellen. Maar de tegenstander mocht geen remise aannemen omdat het team met 2 - 3 achterstand. Toch kwam er door een herhaling van zetten een remise tot stand. Dus 2½ - 3½  voor DSG. 

Bord 4:  Albert vanaf de zijlijn: Yunus speelde met zwart tegen Chris Zevenbergen, Ik heb natuurlijk niet alles gezien, maar ik zag wel een gedegen wedstrijd van hem. Hij speelde wel hoog spel, door met zijn dame een pion op a3 te slaan. Zijn tegenstander ging hierop jagen en had bijna succes, maar het liep goed af en Yunus won tijdens dit gevecht nog een loper. Daarna rondde hij het vakkundig af naar winst. 

Bord 5: Albert Lebbink - Peter Kappert. De wedstrijd ging lange tijd redelijk gelijk op, al gaf de computer na zet 10 steeds een licht voordeel voor wit. Zwart kreeg vrijpion op d3 en wilde die kost wat kost verdedigen, hetgeen een rare stelling bracht. Ik kon de pion slaan en toen stond ik ineens veel beter volgens de computer. (+ 6 ) Ik zag dat voordeel niet zo en na een aantal zetten bood mijn tegenstander remise aan. Na op de andere borden gekeken te hebben, nam ik dat aan.

Bord 6: Gerard Verstraete. Aan bord 6 speelde Gerard een lastige partij tegen een visueel gehandicapte.  Gerard (0) speelde met zwart tegen Hans Corbeel (1646). Hans opende met c4 om daarna zijn paard naar c3 te plaatsen. De Engelse opening! In het middenspel volgde een aanval van zwart met de koningin, het paard en de loper gericht op de witte koning. Hans verdedigde solide en wist deze aanval subliem af te slaan. Hierna volgde afruilen van stukken. Geen van de spelers wist de partij naar zich toe te trekken. Gerard bood na zet 24 remise aan. Na overleg tussen Hans en zijn teamleider werd dit geaccepteerd. Ieder een half puntje voor de geleverde inspanningen.





06-11-2025

DSG 1 wint ook van Wageningen 2!

 

In de 2e ronde van de SOS competitie, maandag 3 november, stond voor DSG 1 de thuiswedstrijd tegen Wageningen 2 op het programma. Het was de vraag of Wageningen zich kon revancheren op het, volgens de cijfers, kansloze verlies tegen de Toren 1 en of DSG 1 koers kon houden dan wel averij zou oplopen. Achteraf kan gezegd worden DSG 1 houdt koers maar spannend was het zeker.

In een partij tussen de teamleiders, zoals het hoort, kreeg ikzelf de mogelijkheid actief in de opening te opereren en greep die kans meteen. Alleen is er ergens rond zet 21 toch een spaak tussen de wielen gekomen. Terwijl ik al het punt telde, zwart leek kansloos passief te staan met een pion minder en twee paarden tegen twee van, actieve potentie, barstende lopers, koos zwart voor de actiefste voortzettingen en kon ik voor mijn gevoel opnieuw beginnen. Het witte voordeel leek, op een a-pionnetje extra na, verdampt. Maar het a-pionnetje extra was net voldoende om zwart op het verkeerde been te trekken. Een foute stukwinst leidde tot een vernietigend schaakje en DSG1 stond met 1-0 voor.

In de tussentijd was Chiel zijn vat op de partij verloren. Ergens was een stuk blijven hangen en met een toren tegen een toren en een paard plus een stuk of drie pionnen streed Chiel toch nog lang een kansloze strijd . Uiteindelijk moest hij met nog weinig tijd op de klok, de vlag strijken. 1-1 dus.

Helaas was inmiddels ook Fred de grip op de stelling kwijt. Gedwongen een kwaliteit te geven had hij nog ergens 3 tot 4 pionnen mee weten te pikken. Niet kansloos dus, maar de witspeler speelde het goed, opende wat lijnen en wist zijn toren en dame tot een tikkie–takkie om te vormen die Fred’s koning gezamenlijk de das omdeden. Goed gespeeld door wit, of heeft Fred iets verzuimd? We krijgen het nog te horen.

Daarna kon Jaap de 2-2 binnen varen. Ergens in de opening had wit een stuk geofferd, maar door goed spel van Jaap uiteindelijk niet meer teruggezien. Jaap speelde een eindspel met dame en twee paarden tegen dame en paard en wist het vakkundig af te wikkelen naar een kansloos eindspel voor wit. Gezegd moet worden dat wit de laatste 20 zetten, te lang doorspeelde, maar wel met nog maar 1 tot 20 seconden op de klok. Ook dat is een kunst op zich.

Met Robbie en Patrick nog aan het spelen begon zich toch langzaam de winst voor DSG af te tekenen.

Robbie had tot mijn verbazing, na een moeilijk ogend middenspel, een eindspel op het bord kunnen toveren met wellicht een minimaal voordeeltje. Een remise voorstel werd door Robbie resoluut geweigerd, terwijl ik, voordat Jaap wist te winnen, nog twijfelde aan de houdbaarheid van de stelling van Robbie. Aan de zijlijn lijkt buurman’s gras blijkbaar groener dan het vaak is.

Ondertussen had ook Patrick zijn partij weten te winnen. De pion die hij in de opening had veroverd was in het toreneindspel tot een storende factor in de witte stelling verworden. Een zwerende splinter die zich langzaam verder in het witte vlees boorde. Totdat hij op e2 stond en een vervelende loper op c3 de promotie / de kwaliteitswinst forceerde. 3-2 voor DSG!

En Robbie, gaan we hem nog vertellen dat remise genoeg is voor de teamwinst?
Dat heeft geen zin meer, Robbie staat ondertussen zeker niet slechter. Dan is remise geen optie meer in zijn brein. En het lukt Robbie, wederom, een gewonnen eindspel op het bord te zetten. Zonder haperen voerde hij het naar winst, als een echte eindspelspecialist. Top hoor.

Uiteindelijk een mooie 4-2 winst voor DSG 1, na een mooie zware strijd met Wageningen 2! De mosterd is in Doesburg gebleven!

Voor alle uitslagen KLIK HIER



08-10-2025

SOS: De Cirkel 1 – DSG 1: 2½ - 3½

DSG1 haalt deze keer zijn mosterd in Ede

Dinsdag 7 oktober, 1 dag na het ook al verdienstelijke SOS gelijkspel van DSG 2 tegen de Elster Toren 2, begon voor DSG 1 de SOS competitie 2025-2026 met een uitwedstrijd in Ede. De wijze heren van de competitie hebben om, mij onbekende redenen, dit jaar besloten ons te koppelen aan enkele teams in de regio Veenendaal, Wageningen en Ede. Maar goed, verandering van spijs doet eten! Gelukkig ook voor ons, 152 jarige mosterdmannen.


Na een warm onthaal en verbazing over de mooie en grote opkomst, van zowel senioren alsook jeugd, op de clubavonden van schaakvereniging de Cirkel, begonnen we aan de strijd. 

Met Adri en Jan als vervanging voor onze kampioenen Jaap en Patrick dachten we vooraf natuurlijk, tegen een onverzwakt de Cirkel 1, weinig kans te maken. En als ik achteraf naar de gemiddelde elo’s van de teams kijk, 1822 tegen 1749, zou dat ook logisch zijn. Tenminste zo lijkt het in eerste instantie…. echter 70 punten eloverschil is slechts een winstverhouding van ca.60-40 en dan ligt alles toch weer redelijk open. Zo bleek ook deze keer.

Omdat Robbie als vervanger van Patrick doorschoof naar het 1e bord  kwam Adri op het 3e bord terecht en mocht tegen Joren Mulder, de elohoogste van de Cirkel 1. Met 500 elopunten minder zou het zwaar worden…. Helaas kwam Adri’s opening niet uit de verf en al snel werd Adri vastgezet. Op het moment dat hij alleen nog maar kon kiezen uit 7 slechte zetten, zo zijn eigen analyse, was het pleit beslecht en moest hij opgeven. Professor Elo knikte hier nog instemmend bij deze uitslag.

Ikzelf kwam met zwart tegen Tim Evendijk niet echt aan het combineren toe. Tim speelde goed en positioneel en dreigde alle kansen op een betere stelling te claimen. Zo dreigde hij met 2 paarden een sterke gedekte post op d5 te veroveren, terwijl ik mijn sterke post op d4 niet onder mijn hoede kon krijgen. Gelukkig kreeg ik de mogelijkheid beide paarden te ruilen waarmee die dreiging verdween. Toen Tim remise aanbood, twijfelde ik nog even over een kamikaze-zet, maar gelukkig kwam als snel weer de bezinning en accepteerde ik de remise. Professor Elo fronste hier wellicht zijn wenkbrauwen maar dit was voor mij het hoogst haalbare en voor Tim een volstrekt verdient, resultaat 

Op dat moment waren nog alle uitslagen mogelijk. Fred leek tegen Willem de Wilde iets beter te staan. Chiel stond tegen Marcel Bourgeois een stuk achter maar had daarvoor pionnen en een actieve stelling. Bij Jan en Robbie leek nog alles een optie.

Tijdens mijn analyse met de tegenstander kwam eerst Chiel en daarna Fred de analyseruimte binnen. Chiel had remise gespeeld. Na een voorzichtig, heel gesloten, begin was de stelling open gegaan en had Chiel met zijn actieve spel beter (misschien zelfs gewonnen?) gestaan maar had zijn tegenstander de remise kunnen afdwingen. Fred had ook het actievere spel gehad in een Siciliaan en had met zijn e-pion een dreigende voorpost gecreëerd, maar daar stond een open koningsstelling tegenover. Uiteindelijk was ook dit remise geëindigd.

Terug in de speelzaal gekomen was Robbie tegen Marnix Lukasse een eindspel aan het melken. Of in ieder geval, het stond in principe gelijk met beide een stuk of 6 pionnen en Robbie een paard tegen een loper en de meerderheid op de damevleugel (3 tegen 2 pionnen). Dit met beide koningen in het centrum. Het “grote” voordeel van Robbie was zijn iets actiever paard. Maar dat buitte hij geweldig uit. Op het juiste moment dwong hij de ruil van de loper tegen het paard af waarmee er een pionneneindspel met de zogenaamde verre vrijpion overbleef. Robbie zette dit mooi om in winst.

Ondertussen had ook Jan, na een geweigerd remiseaanbod, met een geweldige paardzet, in een keer drie dreigingen tegelijk gecreëerd. Een aanval op de ongedekte loper d5, een aanval op veld d3 (met een dreigende paardvork op toren en koning) en een aanval op veld c2 (met een dreigende paardvork op 2 torens). De tegenstander kon twee dreigingen afdekken waarna Jan dus een kwaliteit won. Met vast hand voerde Jan het daarmee ontstane eindspel van Toren en Paard tegen 2 torens tot winst.

Moe, maar zeer voldaan keerden we toen terug richting Doesburg. 6 spelers in 4 auto’s. Milieutechnisch geheel niet verantwoord, maar dat was overmacht. Verder was het een mooie en spannende avond geweest.

Voor stand en uitslagen KLIK HIER of ga naar <Externe competitie - SOS-competitie> 

en kies 2B

SOS: DSG 2- Elster Toren 2 : 3 -3




Bord 1. Jan Ravensteijn (z) - Arno Morssinkhof (w): 0 - 1

Tot aan de 18e  zet ging het gelijk op. Toen bood ik Daneruil aan, maar daar ging mijn tegenstander tot mijn verbazing niet op in. Met kwade opzet zette hij haar op een veld, waar ik veel last van kreeg, wat mij ertoe dwong een pion te offeren. Dat was het begin van een langzame wurging,

Bord 2. Adri Bressers  (w)– Rob Nieuwboer (Z): 1 – 0

Een partij met tegengestelde rokades, waarna de pionnenstorm van wit op de koningsvleugel zorgde voor onoverkomelijke problemen voor zwart. Mat dreigde uit alle hoeken en tenslotte sneuvelde de loper op g6, waarna zwart opgaf.

Bord 3. Herman Rensen (DSG) (z) - Eric de Visser (Elster Toren) (w): 0 – 1

Het was een spannende partij. Na een min of meer gelijkwaardige partij, wist ik toch een pion te winnen en kreeg ik het gevoel, dat ik zelfs beter stond. Maar in de eindstrijd gingen blijkbaar de jaren tellen, waarbij ik een paardzet over het hoofd zag en toen genadeloos verloor.

Bord 4. Erik Visser (DSG) (w) - Mike Peters (Elster Toren) (z): 1 – 0

Erik speelde met wit de Catalaanse opening. Zwart reageerde daar origineel op: een soort Londen systeem, maar dan met zwart.In het middenspel verraste zwart door materiaal winst te negeren en te gaan voor een aanval op de witte f-pion met de dame en een toren. Wit kwam daarmee redelijk in de verdrukking maar wist daar goed uit te komen. Daarna kon wit heel langzaam maar zeker zijn stukken en daarmee zijn spel ontwikkelen. Helaas kostte dat heel veel tijd. Bij het begin van het eindspel had zwart nog ruim drie kwartier, en wit amper 6 minuten op de klok over. Door een slimme afruil van de dames kwam wit sterk te staan in het eindspel met een witte loper tegen een paard, waarbij het merendeel van de zwarte pionnen op witte velden stonden. Uiteindelijk lukt het zwart niet om een promotie tegen te gaan en gaf zwaar gedesillusioneerd op.

Bord 5. Joop Crooij (DSG) (z) - Patrick Honing (Elster Toren) (w):  0 - 1

Patrick kwam heek sterk uit de opening. Op de koningsvleugel kon hij een sterke aanval opzetten. Ik stond nogal gedrongen, de toren en loper aan de damekant stonden volledig buitenspel. Om zijn aanval in te zetten offerde hij een stuk. Hier werd de zaak knap ingewikkeld en werd er veel tijd verbruikt. Kon hij mat zetten? Het zag er zeer dreigend uit. Maar heel langzaam wist ik me uit die aanval te ontworstelen. En in het eindspel was het een kwestie van het materiele voordeel tot winst te voeren. En dat lukte met nog luttele minuten op de klok. 

Bord 6. Albert Lebbink (DSG) (w)– Bas Verheijen (Elster Toren): 0 – 1

Mijn jonge tegenstander speelde gedegen en minder snel dan ik. Na een wat rommelig begin van mijn kant, had ik  op de 12e zet mijn volgorde niet helemaal juist, wat me een paard kostte. Daarna kwam ik nog een kwaliteit achter. Ik kon een stuk terugpakken, maar met een slechte stelling moest ik forceren en hopen, dat hij mijn plan om een mooie vrijpion te forceren niet kon verhinderen. Maar hij was me voor en ik dreigde mat te gaan en gaf op..

Voor stand en uitslagen KLIK HIER of ga naar <Externe competitie - SOS-competitie> en kies 3C



23-04-2025

SOS-competitie

DSG(1841) – De Kameleon(1696): 4 – 2

In de gezamenlijke slotronde van de SOS-competitie was er vooral onderin nog van alles mogelijk: vier teams, waaronder het onze, konden in theorie nog degraderen. Het kwam dan ook goed uit dat we voor het eerst in dit seizoen in de gewenste opstelling ten tonele konden verschijnen. Uitgebreid rekenwerk had ons geleerd dat een gelijkspel voldoende zou zijn om ons te handhaven en in deze opstelling – en dan ook nog tegen De Kameleon – moest dat geen probleem zijn en dat leek het ook niet te worden.

 Frank(2059) tegen (1866) en Patrick(1837) tegen (1760) rolden hun tegenstander vrij snel op, maar Ik(1676) bracht de spanning terug, want ik zag tegen (1632) een simpel pionzetje over het hoofd dat mij mijn stelling en een Dame kostte. 

Op dat moment stond Robbie(1864) verloren tegen (1668), had Jaap(1821) tegen (1688) iets wilds maar ook zeer onoverzichtelijks en gecompliceerds op het bord weten te krijgen en had Fred(1789) een iets betere stelling tegen (1561). Het kon dus nog alle kanten opgaan, maar het lot was ons gunstig gezind. De  tegenstander van Robbie deed de enige zet die hij niet had moeten doen en moest genoegen nemen met remise.

 Jaap bood remise aan en zijn tegenstander accepteerde dat hoewel hij dat beter niet had kunnen doen, want analyse achteraf wees uit dat hij de enige met winstkansen was. 

Toen was alleen Fred nog bezig, niet alleen van ons team, maar van iedereen. Tergend langzaam bouwde hij een aanval op die linksom of rechtsom in een fraai mat moest eindigen en even na 23.30 was het zover. 

4 – 2 winst, missie geslaagd, komend seizoen weer present in de tweede klasse.


DSG (1803) – Theothorne (1766): 5½ - ½

 






























Na al die treurige resultaten van de laatste tijd was er eindelijk weer eens reden tot vreugde:

Theothorne, altijd een lastige tegenstander, werd in de pan gehakt. En dat ging als volgt.

Frank (2074): Mijn tegenstander, Pieter Koppelaar (1850), zette mij met een witte Koningsaanval meteen flink onder druk en speelde het ook goed. Ik zag niet hoe ik onder de druk kon uitkomen, totdat hij op zet 15 de h-lijn dichtschoof met h6. Had hij dit niet gedaan, dan had ik continu met het openen van die lijn rekening moeten houden. Nu kon ik in het centrum gaan breken. Aangezien de witte Koning nog in het midden stond, sloeg dit vrijwel meteen door en kon ik, ondanks dat de Dames geruild werden, achter de witte Koning aanjagen totdat daarop een stukwinst, met gewonnen stelling, volgde.

Patrick (1834): Vanuit de opening had ik druk op stelling van mijn tegenstander (1909). Om daar onder uit te komen werd h6 en g5 gespeeld om mijn Loper te verjagen en na Ph5 te slaan. Omdat ik dit had doorzien, heb ik na de rokade Tf1 – e1 gespeeld, waardoor mijn Paard naar f1 kon om de Loper te dekken. Mijn tegenstander besloot toen toch niet te slaan, waardoor ikzelf kon breken met h2-h4. Daarop stond zijn Koning open en na een paar prachtige combinaties gaf mijn tegenstander op.

Robbie (1854): In de opening won ik een kwaliteit, kreeg een leuke stelling, maar mijn tegenstander ((1787) had een Loper die de stelling gesloten kon houden. Na veel lastig geschuif kreeg ik uiteindelijk een Toren achter zijn stukken die meteen beslissend werd waardoor hij daarna toch wel snel opgaf.

Jaap 1779): Tegen (1811) speelde ik vanaf de opening een interessante partij. Ik won omdat ik een beter positioneel inzicht had, of, in de woorden van Olie B. Bommel, een breder denkraam.

Albert (1609): Na een blundertje in de opening waarbij ik een pion verloor, maakte mijn tegenstander (1642) ook een foutje, wat de toestand weer gelijk trok. Ik had een Paard, maar 3 pionnen minder. Ik stond wel wat actiever. Henk dreigde schaak te geven en na herhaling van zetten was het remise.

Jan (1666): Vanuit de opening bouwde ik geleidelijk een duidelijk betere stelling op, maar nadat ik twee keer de kans op groot had laten liggen, slonk mijn voordeel duchtig. Gelukkig gaf mijn tegenstander (1598) mij de mogelijkheid om met een gedekte pion zowel een Toren als zijn Dame aan te vallen, zodat de uitslag toch nog zo werd als ze gezien het spelbeeld had moeten zijn.

Met deze riante overwinning hebben we de onderste regionen verlaten en lijkt, gezien de tegenstanders die ons nog wachten, de  tweede plaats onze eindbestemming.